Portfolio van <Aissar el Haik >

Bewijsvoering competenties

Bijlage 4 Tabblad 3 - 9: Bewijsvoering competenties


4.1 SMART(I)-model


Een hulpmiddel voor het formuleren van een goed leerplan is het SMARTI-model.
Een goed leerplan is:

S

Specifiek geeft precies aan wat je wilt ontwikkelen

M

Meetbaar het resultaat is meetbaar

A

Activerend geformuleerd in activiteiten, een actieplan

R

Realistisch haalbaar gezien omstandigheden

T

Tijdsgebonden voorzien van een tijdsplanning

(I)

(Inspirerend motiveert je, is aantrekkelijk voor je)

Specifiek


Een doel is alleen nuttig als het beschrijft wat je wilt gaan doen, hoe je dat denkt te doen en wanneer of waar. Voorbeelden van niet specifieke, dus vage leerdoelen zijn:
Ik wil een beter teamlid worden
Ik wil leren leiding geven.
Vage doelen hebben meer het karakter van een wens. Je kunt er wel vanuit starten, maar om ze te bereiken moet je ze specifieker maken, bijvoorbeeld:
Wens Doel
Ik wil een beter teamlid worden Ik wil in de volgende groep meer betrokken zijn door...
Ik wil leren leiding geven In de volgende projectgroep wil ik een aantal
vergaderingen voorzitten en daarbij...

Meetbaar


Zorg dat je op een gegeven moment kunt vast stellen dat je je doel bereikt hebt. Dan weet je ook of je voortgang boekt. Bijvoorbeeld:
Niet meetbaar: Ik wil in vergaderingen minder tijd verspillen.
Meetbaar: Ik maak aan het begin een tijdsplanning en beëindig een vergadering
op het afgesproken tijdstip met het afgesproken resultaat.

Activerend


Een goed doel heeft een actieplan dat concreet aangeeft wat je gaat doen: welke activiteiten ga je ondernemen om het doel in de gestelde tijd te halen? Het is NIET voldoende om een methode te noemen, bijvoorbeeld:
Ik ga vaker het voorzitterschap op me nemen. Belangrijk is om in de activiteit ook een gewenst resultaat op te nemen, bijvoorbeeld:
Over drie maanden wil ik drie vergaderingen hebben geleid en mijn rol daarin hebben geëvalueerd o.a aan de hand van de feedback van de deelnemers.
Voorbeelden van weinig activerende/ negatief geformuleerde doelen:
Ik ga minder de kantjes er vanaf lopen.
Ik eet geen snoep meer.
Positief geformuleerde doelen geven richting, negatief geformuleerde doelen leiden gemakkelijk tot passiviteit en de vraag 'Als ik dit niet meer doe, wat dan wel?' Een positief, activerend doel is bijvoorbeeld:
Ik wil drie keer een taak op me nemen en die zodanig uitvoeren dat de andere groepsleden daarover tevreden zijn.
Ook hier geldt: je kunt best starten vanuit een besluit om met iets te stoppen, mits je dat voortzet in een positief alternatief.

Realistisch


Weinig is zo demotiverend als een onhaalbaar doel; en weinig zo motiverend als een succes. Ga dus na of:
je over alle middelen beschikt om je doel te halen
de omstandigheden j e niet in de weg staan
de prijs om het doel te halen niet te hoog is.
Ga na wat je nodig hebt, check wat er mis kan gaan en hoe je dat voorkomt.

Tijdsgebonden


Doelen zonder tijdspad lopen het risico uitgesteld te worden tot er niets meer van komt. Een tijdsplanning is ook een check op de haalbaarheid van het doel.

(Inspirerend)


Doelen waarvan jij persoonlijk het nut niet ziet, worden nooit gehaald. Vraag jezelf in alle eerlijkheid af:
Formuleer ik dit doel, omdat anderen dat graag willen of wil ik het ook echt zelf? (Zit er voor mij aantrekkelijks in of gehoorzaam ik alleen aan wat ik denk, dat ik moet doen?)
Soms merk je dat al bij het praten over het doel: zeg je "ik moet …" of zeg je "ik wil … "?

Handleiding Buitenschools Leerprogramma